Verzoeker vroeg de ombudsman de klachtafhandelingen van haar klachten over niet handhaven op grond van de Wet goed verhuurderschap te beoordelen. In de klachtbehandeling geeft de gemeente aan niet te kunnen handhaven omdat de verhuurder gemotiveerd is om de gebreken in de huurwoning te herstellen, maar dat dit niet lukt doordat verzoeker geen toegang verleent tot de woning. De verzoeker geeft aan dat ze recht heeft op een handhavingsbesluit.
Hoofdconclusie
De ombudsman concludeert, zonder te oordelen wat de inhoud van het handhavingsbesluit moet zijn, dat de gemeente een handhavingsbesluit had moeten nemen toen ze besloot het handhavingsproces af te breken. Door geen formeel besluit te nemen wordt de rechtsbescherming (fair play) van verzoeker ontnomen.
Aanbevelingen
- Als een inwoner een melding doet op grond van de Wet goed verhuurderschap en de gemeente besluit een handhavingsprocedure te starten en vervolgens stop te zetten, dan beveelt de ombudsman aan om een formeel besluit te nemen zodat de melder daartegen bezwaar kan instellen.
- In zijn algemeenheid vindt de ombudsman dat wanneer een inwoner in een klacht, melding of brief verzoekt om handhaving, de gemeente de verzoeker moet berichten of zij het al dan niet als formeel handhavingsverzoek beschouwt, zodat de verzoeker goed geïnformeerd is.
- Geef een huurder die een melding doet regelmatig updates over de voortgang, zeker als de door de gemeente aan de verhuurder gestelde termijnen aflopen en al dan niet worden verlengd. Laat melder niet in het ongewisse.
- Informeer de melder over de formele stappen in de handhavingsprocedure. Bijvoorbeeld bij het versturen van formele brieven aan de verhuurder.
